2008

Autorijles vanaf 17 jaar?


Minister Eurlings voert begeleid autorijden vanaf 17 jaar in

Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat maakt het voor 17-jarigen mogelijk hun autorijbewijs te halen. Tot hun achttiende jaar mogen deze jongeren dan alleen onder begeleiding autorijden. Dat heeft Eurlings de Tweede Kamer vandaag laten weten.

Het begeleid rijden is bedoeld om de beginnende bestuurders na het rijexamen tot hun achttiende jaar extra rijervaring te laten opdoen opdoen, zodat het aantal ongevallen onder deze groep afneemt. In Duitsland nam dit aantal door de maatregel met 30 procent af.

De begeleiders hoeven niet per sé rijinstructeur te zijn; maar minstens 10 jaar rijervaring is een vereiste.

De minister hoopt het begeleid rijden eind 2010 op proef in te voeren. Slaagt het experiment, dan kan het daarna wettelijk toegestaan worden.

Bron: CBR

Bromfiets Praktijkexamen uitgesteld


De invoering van het praktijkexamen bromfiets laat nog op zich wachten, meldt het Algemeen Dagblad vandaag. De bedoeling was om 1 november dit jaar van start te gaan, maar dat is niet gelukt. Minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat) moet een besluit nemen over een examen dat bromfietsers beter voorbereidt op deelname aan het wegverkeer en aanvaardbaar geprijsd is. “De minister vindt de kosten voor aanstaande bromfietsers echter te hoog. Het ministerie heeft echt meer tijd nodig om de invoering van het examen voor te bereiden”, aldus zijn woordvoerster. Pas daarna wordt bekend wanneer het nieuwe examen wordt ingevoerd.

Bron: CBR

Het nieuwe theorie examen


NIEUW vanaf 01-03-2009!!


Het vernieuwde theorie examen
voor de personenauto


Ook in het vernieuwde theorie-examen komen thema’s als verkeersinzicht en gevaarherkenning - veel meer dan vóór 2008 – aan de orde. In samenwerking met de SWOV (Stichting Westenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) zijn vragen ontwikkeld die gevaarherkenning toetsen.

Huidige situatie

Om het aantal ongevallen onder beginnende bestuurders terug te dringen, wordt er ook in het theorie examen aandacht besteed aan gevaarherkenning. Het theorie-examen bestaat sinds 1 januari 2008 uit drie onderdelen:

* Een onderdeel over regelgeving bestaande uit 40 vragen
* Een onderdeel over verkeerinzicht/risico’s bestaande uit 10 vragen
* Een onderdeel over gevaarherkenning bestaande uit 5 vragen (dit onderdeel telt nu nog niet mee!)

Kandidaten moeten tot 1 maart volgend jaar 44 van de 50 regelgeving- en inzichtvragen goed beantwoorden om te slagen. Het onderdeel gevaarherkenning telt tot 1 maart 2009 niet mee voor het eindoordeel. Zo kunnen opleiders en kandidaten aan dit nieuwe onderdeel wennen.Theorie-examen per 1 maart 2009
Het theorie-examen voor de personenauto bestaat per 1 maart 2009 uit drie onderdelen:

* Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen);
* Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen);
* Een onderdeel over verkeersinzicht / risico’s (10 vragen).

Vanaf 1 maart 2009 slaag je voor het vernieuwde theorie-examen als:

* je 12 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning;
* je 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.

Beide onderdelen tellen even zwaar. Je moet je dus op alle onderdelen goed voorbereiden om een voldoende te halen.

Niet langer duren

Omdat het examen niet langer mag duren, wordt dan het aantal vragen over wetten en regels teruggebracht. Doordat de fotovragen over gevaarherkenning slechts 8 seconden duren, zal het theorie-examen ongeveer even lang duren als nu het geval is, terwijl het totaal aantal vragen toeneemt.

Bron: CBR

Het nieuwe praktijk examen


Nieuw rijexamen vanaf 1 januari 2008 ingevoerd


Het vernieuwde praktijkexamen is vanaf 1 januari 2008 geleidelijk ingevoerd en is bedoeld om het ongevallencijfer onder beginnende bestuurders omlaag te brengen. Nieuwe rijbewijsbezitters hebben een veel hoger ongevalrisico dan ervaren automobilisten. Het vernieuwde rijexamen is in opdracht van Verkeer en Waterstaat door het CBR ontwikkeld om de verkeersveiligheid in het algemeen en veilig rijgedrag van beginnende bestuurders in het bijzonder te verbeteren. De afgelopen jaren zijn er al specifieke maatregelen genomen voor de beginnende bestuurder, zoals de invoering van een beginnersrijbewijs en strengere alcohollimieten.

Wat zijn de veranderingen in een notendop?

Sinds 2008 worden aspirant-automobilisten nadrukkelijker opgeleid en geëxamineerd in zelfstandig rijden, gevaarherkenning, file rijden en milieubewust rijgedrag. Die elementen hebben geleid tot nieuwe examenonderdelen. Deze worden hieronder toegelicht. In de nieuwe opzet staat de eigen verantwoordelijkheid van de aankomende bestuurder centraal. Het vernieuwde examen is in nauwe samenwerking met onderzoekers, de rijschoolbranche en verkeersorganisaties tot stand gekomen. De kosten van het theorie- en praktijkexamen blijven gelijk.

Nieuw onderdeel: Zelfstandig route rijden

Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:

* naar een vast en bekend coördinatiepunt rijden;
* meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht);
* met behulp van een navigatiesysteem.

De examinator bepaalt vooraf hoe de kandidaat het onderdeel ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren. Dit meldt hij de kandidaat aan het begin van de examenrit. Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, of als de kandidaat er niet mee heeft leren werken, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.

Drie coördinatiepunten
Elke examenplaats telt drie coördinatiepunten. Deze punten zijn bekend bij de rij-opleiders, zodat kandidaten hierop kunnen oefenen. Het zijn markante plaatsen, zoals een winkelcentrum, een park of een kerk. Het examen kan beginnen met het rijden naar een coördinatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. De kandidaat krijgt dan de opdracht om vanaf een coördinatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.

Clusteropdracht
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of de kandidaat het begrepen heeft. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten.

Navigatiesysteem
Het rijden met een navigatiesysteem wordt alleen gevraagd als bekend is dat de rijschool hierover beschikt en de kandidaat hiermee heeft leren werken. Het kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het blijkt ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen. Navigatieapparatuur in de examenauto is geen verplichting.

Nieuw onderdeel: Bijzondere manoeuvres

Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht.

Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.

Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.

Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto.

Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.

Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.

Nieuw onderdeel: Gevaarherkenning door situatiebevraging

Bij dit nieuwe onderdeel wordt de kandidaat na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom hij dat op die manier heeft gedaan. Wat of hoe heeft de kandidaat de situatie opgelost en welke afwegingen heeft hij hierbij gemaakt? Het onderdeel wordt al vóór de verkeerssituatie aangekondigd. Zo wordt duidelijk dat het niets te maken heeft met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak.

Nieuw onderdeel: Zelfreflectie

Voor het examen vult de kandidaat een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geeft hij aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met de kandidaat de antwoorden. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie heeft als doel om het gedrag van de aspirant rijbewijsbezitter op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen.

Nieuw onderdeel: Milieubewust rijgedrag

Voor een beter milieu en voor de eigen portemonnee is het belangrijk dat automobilisten milieubewust autorijden, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Milieubewust rijgedrag wordt in het vernieuwde rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag.
Aan dit onderwerp wordt ook in het vernieuwde theorie-examen extra aandacht besteed.

Rij jij eigenlijk al volgens "Het nieuwe rijden"? Klik
HIER voor de test!

Bron: CBR